In de achttiende eeuw won de familie van de blaasinstrumenten aan belang in het muziekleven. De verregaande evolutie van de blaasinstrumenten, het pastorale karakter van vooral de houtblazers en de statigheid van de kopers maakten dat heel wat rijke edelen bij tal van gelegenheden beroep deden op uitsluitend dit onderdeel van hun orkesten. Deze ensembles of ‘harmonieën’ speelden een belangrijke rol in het muziekleven van de Verlichte Eeuw, en componisten met faam schreven meesterwerken voor diverse bezettingen van blazers. Bij het begin van de negentiende eeuw verdween de dominerende greep van het adellijke mecenaat op het muziekleven, vooral dan door financiële problemen en rond 1820 waren de meeste ‘harmonieën’ dan ook van het toneel verdwenen.
Met Octophoros (opgericht in 1984) wil Paul Dombrecht de veelal vergeten muziek voor dit soort bezettingen herwaarderen, en tegelijk meer recenter composities voor gelijkaardige ensembles onder de aandacht brengen.
De kerngroep van Octophoros bestaat uit 2 hobo’s, 2 klarinetten, 2 fagotten en 2 hoorns. Het spreekt voor zich dat de bezetting aangevuld en aangepast wordt naargelang het repertoire.
Afhankelijk van de muziek speelt Octophoros op moderne instrumenten of op oude instrumenten en/of getrouwe kopieën daarvan.
De cd-opnamen van Octophoros werden in de pers unaniem lovend onthaald. De cd met Mozarts Gran Partita en de unieke collectie ‘Harmonie- und Janitscharenmusik’ werden internationaal bekroond.
|